NVRD

De NVRD verenigt Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor het afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte en hun afval- en reinigingsbedrijven

 

FAQ

Binnen mijn gemeenten zijn er een aantal partijen die waardevolle afvalstromen van huishoudens inzamelen zonder de toestemming van de gemeente (bijvoorbeeld textiel, frituurvet, oud ijzer, papier). Mag dit, en zo nee, wat kan ik er als gemeente tegen doen?

De gemeente is de enige partij die het recht heeft om huishoudelijk afval in te zamelen (Wet Milieubeheer) binnen haar gemeentegrenzen. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om in haar afvalstoffenverordening andere partijen aanwijzen om bepaalde afvalstromen in te zamelen. Op deze manier houdt de gemeente overzicht over het huishoudelijk afval dat vrijkomt, en controle op de manier waarop het afval wordt verwerkt.

  1. afval. Er is sprake van afvalinzameling wanneer een partij huis aan huis, of op vooraf aangegeven locaties, goederen van burgers inzamelt die een bewerkingsslag behoeven alvorens weer afgezet te kunnen worden.

 

Nu afvalstromen steeds waardevoller worden, wordt het steeds interessanter voor derden om de waardevolle stromen bij de huishoudens in te zamelen. Als gemeente is het vaak lastig dergelijke initiatieven tegen te gaan. Wanneer er containers worden geplaatst, kan daarop gehandhaafd worden, maar bij illegale inzamelingsacties van bijvoorbeeld oud ijzer, is de afnemer vaak een stuk anoniemer. Je kan dan als gemeente wel je burgers informeren over deze illegale activiteit, en proberen om door middel van tips van bewoners de inzamelaar te onderscheppen.

 

Zijn er richtlijnen voor de afstand tussen een woning en een brengvoorziening of mag de gemeente dat zelf bepalen?

We hebben in Nederland een Ministeriële Regeling “Inzameling nabij elk perceel” gehad. Deze richtlijn schreef voor dat een brengvoorziening voor huishoudelijk restafval zich op een afstand van maximaal 75 meter van de woning mocht bevinden. In bijzondere gevallen kon dat worden opgerekt naar 125 meter. Deze richtlijn is echter ingetrokken waardoor er nu op dit punt beleidsvrijheid is. Wel is het zo dat wanneer de gemeente wil besluiten om de inzameling via een brengvoorziening te organiseren, in plaats van inzameling aan huis, dat voor het nemen van een dergelijk besluit de gemeentelijke inspraakverordening moet worden gevolgd.

Wij overwegen om de inzameling van grof huisvuil helemaal af te schaffen en alleen nog in te zamelen via de milieustraat. Mag dat?

Artikel 10.22 van de Wet Milieubeheer draagt gemeenten op om ervoor te zorgen dat het grof huisvuil wordt ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel. Dat wil dus zeggen dat het volgens de wet niet is toegestaan om de inzameling helemaal af te schaffen. Het is wel mogelijk om het gebruik van de inzameling onaantrekkelijk te maken, bijvoorbeeld door hiervoor een (maximaal kostendekkend) tarief te vragen, of door de frequentie van inzameling te verlagen.

 

BOR

 

Kan ik subsidie krijgen voor de aanpak van zwerfafval?

Alle gemeenten in Nederland kunnen sinds 2013 elk jaar een vergoeding krijgen van €1,19 per inwoner voor de extra aanpak van zwerfafval. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag van 20 mln euro ter beschikking gesteld door het verpakkend bedrijfsleven. De vergoeding vloeit voort uit de Raamovereenkomst verpakkingen 2013-2022. Om gebruik te kunne maken dient een gemeente een deelnemersovereenkomst afgesloten te hebben met Nedvang. Aanvragen kunne jaarlijks worden ingediend via “Wastetool” van Nedvang. De aanvraag hoeft niet jaarlijks te worden ingedend., Elke gemeente houdt gedurende de duur van d edeelnemersovereenkomst recht op haar deel van de vergoeding. Meer informatie: http://www.nederlandschoon.nl/wat-jij-kan-doen/zwerfafvalvergoeding.

 

 

Welke middelen zijn toegestaan voor onkruidbestrijding?

Voor de bestrijding van onkruiden op verharding worden in Nederland momenteel methoden toegepast die vallen onder de hoofdcategorieën: chemische-, thermische- en mechanische onkruidverwijdering. Het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen staat ter discussie en het gebruik van deze middelen op verharding wordt hoogstwaarschijnlijk vanaf 1 januari 2016 verbonden. Dit geldt in ieder geval voor Glyfosaat. Sinds en aantal jaren zijn er middelen op de markt op basis van vetzuren (Ultima) en azijnzuur (Cito) die ook wel worden aangeduid als laagrisicomiddelen. Het voorgenomen verbod geldt voor alle toegelaten bestrijdingsmiddelen en dus ook voor Ultima en Cito. Vooralsnog zijn er geen middelen aangewezen als laagrisicomiddelen die onder een generieke uitzondering van het verbod vallen. Wel zijn er eind 2014 in de Tweede Kamer diverse moties aangenomen die om duidelijkheid vragen omtrent deze middelen. Informatieblad voor meer info

 

Wie is er verantwoordelijk voor gladheidbeheer?

De wegbeheerder (gemeente, provincie of Rijksoverheid) is op grond van artikel 16 van de Wegenwet verantwoordelijk voor het onderhoud van de weg. Als hij niet voldoet aan deze verantwoordelijkheid kan hij voor schade aansprakelijk worden gesteld. Belangrijk aspect in de aansprakelijkheid is de vraag of er sprake is van verwijtbaar gedrag. Gladheidbeheer is een inspanningsverplichting en geen resultaatverplichting. Omdat het fenomeen gladheid veelal voorzienbaar is zal de wegbeheerder moeten kunnen aantonen dat op structurele wijze aan de zorgplicht is voldaan. Dit kan door onder andere het voor handen hebben van een gladheidbestrijdingsplan, een gladheidmeldsystematiek, een goede administratie van tijden en gereden routes, voldoende materieel door consistentie in beleid en uitvoering. Ook bij de uitbesteding van de gladheidsbestrijding aan derden blijft de wegbeheerder verantwoordelijk voor het beleid en een deugdelijke uitvoering.

 

Wat betekent de Participatiewet voor mij?

Per 1 januari is de Participatiewet van kracht. Dit betekent dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het aan het betaalde werk krijgen zoveel mogelijk mensen. Om deze doelstelling te halen, is er in het Sociaal Akkoord uit 2013 van overheid en sociale partners, afgesproken om tot 2026 125.000 extra banen te creëren voor de doelgroep. Onder de doelgroep vallen mensen met Wajong, WwB of WsW indicatie en mensen die wel kunnen werken, maar niet zonder ondersteuning het wettelijk minimumloon kunnen verdienen. Als de beoogde aantallen extra banen in 2017 niet zijn behaald, zal de quotumheffing in werking treden. Dit betekent dat bedrijven met meer dan 25 werknemers verplicht een bepaald percentage mensen met een afstand aan het werk moeten hebben, of ze krijgen een boete.

 

Alle bedrijven – zowel gemeentelijk, publiek of privaat – hebben met hiermee te maken. Binnen het bedrijfsleven is de doelstelling 100.000 extra banen en bij de overheid 25.000. Veel organisaties zijn uit zichzelf al hard bezig om extra banen te creëren, anderen worden via Social Return verplichtingen bij inkoop en aanbestedingen hiertoe uitgedaagd. Als NVRD zien we veel mogelijkheden in onze branche om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek te geven en ondersteunen we onze leden graag in het realiseren hiervan.

 

 

Wat is Social Return bij inkoop en aanbestedingen en wat betekent dit voor mij?

 

Overheidsinstellingen als het Rijk en gemeenten vragen steeds vaker Social Return bij inkoop en aanbestedingen. Social Return is het stellen van sociale voorwaarden, eisen en wensen bij inkoop- en aanbestedingstrajecten. Social Return wordt ingezet om de werkgelegenheid en competentieontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te stimuleren en zo sociale doelgroepen dichterbij de arbeidsmarkt te brengen. Een vaak gehanteerde eis is dat 5% van de aanneem(of loon)som moet bestaan uit ‘social return’. Dit kan betekenen leerwerk- of stageplekken, een werkplek voor iemand uit de ‘kaartenbak’ of de inzet van SW’ers. Helaas kunnen Social Return verplichtingen ongewenste neveneffecten hebben als verdringing.

 

De NVRD staat achter het instrument omdat het op een concrete manier bijdraagt aan de doelstellingen uit de Participatiewet, maar zoekt wel naar de goede voorbeelden hoe gemeenten en bedrijven Social Return op een voor iedereen gunstige manier kunnen inzetten. DE NVRD heeft een handreiking opgesteld.