NVRDDossiersDossier

Skip Navigation Linksdefault

Verpakkingen

Categorie: Circulaire samenleving
Ongeveer 20% van het afval wat in Nederland vrijkomt, bestaat uit verpakkingen. Verpakkingen worden van veel verschillende materialen vervaardigd. De belangrijkste soorten verpakkingsafval die in het huishoudelijk afval worden aangetroffen zijn glas, papier en karton, plastic, metaal (blik), drankenkartons, hout en piepschuim (EPS). In de laatste jaren is de focus komen te liggen op de inzameling en recycling van kunststof verpakkingen.

​Het dossier Verpakkingen staat bij de NVRD altijd hoog op de agenda. Met haar inzet op dit dossier zorgt de NVRD ervoor dat gemeenten/inzamelaars hun rol in het behalen van de door de overheid gestelde doelstellingen zo goed mogelijk kunnen vervullen. Dit vraagt om goede en vooral uitvoerbare voorwaarden. Bovendien blijft het belangrijk om te benadrukken dat niet gemeenten, maar producenten verantwoordelijk zijn voor het behalen van de doelstellingen omtrent verduurzaming en recycling van verpakkingen.


Actuele stand van zaken en ontwikkelingen

Eén van de afspraken in de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022 was dat er in 2017 een tussenevaluatie uitgevoerd zou worden. In een Kamerbrief van 10 maart 2018 informeerde de staatsecretaris de Tweede Kamer over de stand van zaken rond deze evaluatie. Met name de afspraken over de inzameling en post-collection leidden in de praktijk tot veel discussiepunten en uitvoeringsvraagstukken.

Uiteindelijk is begin 2019 het Platform Ketenoptimalisatie (PKO) met bijbehorende werkgroepen opgericht om te komen tot werkbare oplossingen. De inzet van de VNG/NVRD hierbij waren de 10 publieke uitgangspunten bij de evaluatie van de afspraken uit de Raamovereenkomst Verpakkingen 2013-2022.

Het resultaat van een jaar voorbereiding en onderzoek in werkgroepen en onderhandelingen in het Platform Ketenoptimalisatie (PKO) heeft uiteindelijk geresulteerd in een pakket afspraken over onder andere:

  • Afwikkeling 2015, 2016
  • Financiële afronding 2017, 2018, 2019;
  • Nieuwe systematiek kostenvergoedingen vanaf 2020 waarbij er een splitsing wordt gemaakt tussen de inzamelvergoeding en post-collection en vermarkting;
  • Duidelijkheid over inzameling PMD waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen verpakkingen/niet-verpakkingen wel /niet recyclebare verpakkingen. De focus komt te liggen op het voorkomen van stoorstromen;
  • Keuzemogelijkheden in de rol en mate van betrokkenheid van gemeenten in de keten.

De ledenbief van VNG hierover is te vinden via deze link.

De nieuwe afspraken die zijn gemaakt voor de periode vanaf 2020 zijn vastgelegd in de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029.  Deze is te vinden op de website van het Platform Ketenoptimalisatie.

Sinds het ingaan van de nieuwe afspraken in 2020 hebben gemeenten een keuze gemaakt voor het bronscheidingsmodel, het nascheidingsmodel, een combinatie van beiden of tot eind 2022 blijven in het ketenregiemodel. Voor gemeenten in het bronscheidingsmodel is door het PKO voor de acceptatie van het ingezamelde PMD een beoordelingsprotocol opgesteld op basis waarvan zij een inzamelvergoeding ontvangen. Het meest actuele beoordelingsprotocol is hier te vinden.


Betekenis voor gemeenten en afvalbedrijven

Het verpakkingenbeleid staat landelijk en lokaal hoog op de agenda. Toch dateren de eerste afspraken (Convenant I, II en III) hierover al uit het begin van de jaren '90. Toen al werden afspraken gemaakt over het zoveel mogelijk terugdringen en hergebruiken van verschillende verpakkingsstromen. Aan het einde van Convenant III in 2005 werd duidelijk dat de totale hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen alsnog was toegenomen. Dit vroeg om meer dwingende afspraken op Europees en nationaal niveau. De uitwerking daarvan is vastgelegd in de Raamovereenkomst 2007-2012, de Raamovereenkomst 2013-2022 en de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029. De Raamovereenkomst was een product van overleg tussen het verpakkend bedrijfsleven, Rijksoverheid en VNG en werd invulling gegeven aan het Besluit Beheer Verpakkingen. De Ketenovereenkomst Verpakkingen is tussen het Afvalfonds en de VNG gesloten.

Vergoeding
De vergoedingen die voor kunststof verpakkingsafval zijn afgesproken en die gemeenten voor hun inspanningen krijgen van het Afvalfonds, worden conform de Ketenovereenkomst jaarlijks vastgesteld in het PKO. In de Ketenovereenkomst is het volgende hierover opgenomen: De wijze waarop de inzamelkosten en samenstelling worden gemonitord wordt vastgesteld door partijen in het PKO zodanig dat deze uitvoerbaar en uitlegbaar zijn. Een onderzoek naar de inzamelkosten vindt in beginsel eens per vier jaar plaats, tenzij wijzigingen in inzamelbeleid en/of wet- of regelgeving naar het oordeel van Partijen in het PKO aanleiding geven dit te vervroegen. Het monitoren van de samenstelling vindt jaarlijks plaats. Niet-verpakkingen en stoorstoffen worden niet vergoed behoudens een systeemmarge aan insleep. De systeemmarge voor niet-verpakkingen is 4 procent van het ingezamelde gewicht. De systeemmarge voor stoorstoffen (type II) is 15 procent van het ingezamelde gewicht in 2020 en wordt jaarlijks met 1 procentpunt verlaagd tot 10 procent van het ingezamelde gewicht in 2025. De afgesproken vergoedingen worden gepubliceerd op de website van het PKO.

Vierjaarlijks wordt een uitgebreid kostenonderzoek gedaan naar de landelijk gemiddelde inzamelkosten voor en de samenstelling van brongescheiden PMD. Het eerste onderzoeksjaar zou 2020 zijn. Door COVID 19 heeft dit onderzoek niet plaats kunnen vinden.

Uitvoerings- en monitoringsprotocol (UMP
De nadere uitwerking van de afspraken van de Raamovereenkomst en de spelregels waaraan verschillende partijen in de keten zich moeten houden bij de uitvoering en monitoring zijn terug te lezen in het UMP 4.1.  



Standpunten / Wat doet de NVRD

Rondom de uitvoering van de Raamovereenkomst trekt de NVRD nauw samen op met VNG. De NVRD verzamelt kennis en informatie over de gemeentelijke uitvoeringspraktijk bij haar leden en neemt deel aan verschillende werkgroepen van het PKO. Hiermee verzekeren wij dat de wensen van gemeenten en hun publieke bedrijven bij het door ontwikkelen en evalueren van de afspraken worden meegenomen. Belangrijke besluiten en producten worden via de nieuwsbrief, de GRAM en kennisbijeenkomsten gedeeld.

https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2021/handreiking-aandacht-voor-kwaliteit-van-pmd

https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2021/vang-webinar-kwaliteit-pmd-online-te-bekijken

https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2021/minder-dan-1/3-kunststofverpakkingen-is-goed-recyclebaar

Daarnaast zet de NVRD in ketenoptimalisatie. Al meerdere jaren roept de NVRD op om veel meer samen naar de hele keten te kijken: van ontwerp, inzameling tot recycling. Alleen met de optimalisatie van inzameling kunnen de toekomstige doelstellingen en de ambities om te komen tot een circulaire economie niet gehaald worden.

Om deze oproep te onderbouwen heeft de NVRD zowel in 2017 als in 2021 door Wageningen University & Research (WUR) onderzoek laten doen naar de recyclebaarheid van kunststof verpakkingen. Uit het mest recente onderzoek bleek dat nog steeds minder dan 1/3 van de kunststof verpakkingen goed recyclebaar is, maar dat een zelfde deel met een kleine aanpassing goed recyclebaar zou kunnen zijn.

Het volledige rapport uit 2021 kunt u hier downloaden: www.nvrd.nl/stream/recyclebaarheid-van-nederlandse-kunststofverpakkingen.pdf

Wet- en regelgeving

Producentenverantwoordelijkheid
Voor verpakkingsafval geldt producentenverantwoordelijkheid (Besluit Beheer Verpakkingen). Dit houdt in dat het verpakkende bedrijfsleven verantwoordelijk is voor de inzameling en recycling van verpakkingsafval. Zij dragen zowel financieel als organisatorisch zorg voor de recycling van een vastgesteld percentage van de hoeveelheid op de markt gebrachte verpakkingen per materiaalsoort. 

Zorgplicht
Gemeenten kennen een zorgplicht voor de inzameling van alle huishoudelijke afvalstromen (Wet milieubeheer 10.21). Verpakkingen in het huishoudelijk afval worden dan ook in opdracht van gemeenten (apart) ingezameld. De gemeentelijke autonome keuzevrijheid voor de wijze waarop zij hun inzamelstructuur inrichten, staat hierbij centraal.