Hoofdstuk 1: Inleiding

Het begon allemaal met een inwoner uit Arnhem die het er niet mee eens was dat de ondergrondse afvalcontainer waar hij zijn afval naar toe moest brengen, alleen geopend kon worden met een adresgebonden afvalpas. Hiermee zou de gemeente immers informatie over hem verzamelen. Een procedure hierover tussen de inwoner en de gemeente, deed veel stof opwaaien in afvalland. Want de Autoriteit Persoonsgegevens oordeelde dat de gemeente op ongeoorloofde wijze persoonsgegevens (ledigingsgegevens) opsloeg op de ondergrondse afvalcontainers. Er ontstond onduidelijkheid over wat wel en wat niet mag wanneer afvalinzamelaars persoonsgegevens registreren bij de uitvoering van hun taak. De NVRD heeft een werkgroep opgericht met als doel die onduidelijkheid zoveel als mogelijk weg te nemen. De behoefte aan deze werkgroep werd nog vergroot door het inwerking treden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) per 25 mei 2018.

De werkgroep Privacy van de NVRD heeft voor de vier verschillende inzamelmiddelen / methoden – minicontainers, ondergrondse afvalcontainers, milieustraten en grof vuil op afspraak – in kaart gebracht welke gegevens hiermee worden verzameld en met welk doel. Per registratie-item is, in overleg met de advocaten van Hekkelman Advocaten, in kaart gebracht in hoeverre de desbetreffende registratie risicovol zou kunnen zijn gelet op de geldende privacywetgeving.

In hoofdstuk 2 van de factsheet treft u het begrippenkader van de privacywetgeving aan. U kunt klikken op het begrip waarover u meer informatie wenst. In hoofdstuk drie worden de registratie-items genoemd die door de werkgroep als niet risicovol zijn aangemerkt. In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van een ‘vraag en antwoord-vorm’ toegelicht hoe moet worden omgegaan met registratie-items die door de werkgroep als risicovol worden aangemerkt. Daarbij wordt regelmatig terugverwezen naar de begrippen uit hoofdstuk 2.