Pagina
delen
Statiegeldzoekers kosten de vier grootste steden ruim 9 miljoen per jaar
16 april 2025

Ik loop door het drukke centrum van Amsterdam en stuit op een prullenbak waarvan de klep scheef openhangt. Plastic zakken steken eruit, ernaast ligt een hoop afval op straat. Het is duidelijk: iemand heeft de bak opengebroken, op zoek naar statiegeldflesjes en -blikjes. Wat ooit begon als een incidenteel fenomeen, is inmiddels een dagelijks straatbeeld in de grote steden.
Pagina
delen
Sinds de invoering van statiegeld op kleine flesjes (2021) en blikjes (2023) zien we een positieve ontwikkeling: minder zwerfafval in parken, straten en natuurgebieden. Maar tegelijkertijd is er een nieuw probleem ontstaan. Statiegeldzoekers snijden vuilniszakken open of forceren prullenbakken om waardevolle flesjes en blikjes te vinden. Daardoor belandt juist méér ander afval op straat en lopen de schoonmaakkosten voor gemeenten fors op. Uit onderzoek van de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht blijkt dat deze extra overlast alleen al voor deze steden neerkomt op ruim € 9,4 miljoen per jaar.
Daarbij is een echte micro-economie ontstaan waarbij statiegeldzoekers door de stad trekken op zoek naar statiegeldverpakkingen. Voor hen is dit een snelle bijverdienste. Veel statiegeldzoekers gaan hierbij netjes te werk, bijvoorbeeld door opengemaakte zakken weer dicht te knopen of de zak terug te plaatsen in de prullenbak. Helaas zijn er ook statiegeldzoekers die tijdens hun tocht prullenbakken vernielen en het overige afval verspreid over de straat achterlaten. Voor gemeenten betekent dit hogere kosten voor schoonmaak, reparatie van kapotte prullenbakken en handhaving.

Gemeenten proberen met allerlei maatregelen de overlast te beperken, zoals prullenbakken die makkelijker te openen zijn zonder te opengebroken te hoeven worden, communicatiecampagnes, doneerringen, speciale bakken voor statiegeldverpakkingen en extra schoonmaakrondes. Al deze maatregelen kosten veel geld, maar bieden geen doorbraak.
De échte oplossing ligt voor de hand: er moeten snel meer innamepunten komen, zoals de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ook heeft geconstateerd. Gemeenten en de NVRD pleiten daarom voor een bredere innameplicht bij verkooppunten: waar je het koopt, kun je het ook inwisselen voor statiegeld. In Duitsland werkt dit systeem al, waardoor flesjes en blikjes niet alleen in supermarkten, maar ook onderweg op veel plekken kunnen worden ingeleverd.
Onderzoek
Extra kosten statiegeldzoekers
En terwijl ik later die week door een natuurgebied wandel, valt iets anders op. Tussen het hoge gras langs het pad zie ik nauwelijks nog blikjes of flesjes. Dat herinnert eraan waarom statiegeld ooit werd ingevoerd: minder rommel op straat en in de natuur. Met slimme maatregelen kan dat positieve effect behouden blijven, zonder dat het gemeenten miljoenen extra kost.
Maar tegelijk merk ik dat mijn gedachten meteen verdergaan: wat wordt de volgende stap? Hoe zorgen we ervoor dat ook sigarettenpeuken, snoepwikkels, kauwgom en nieuwe verpakkingen – vaak bedacht om het statiegeldsysteem te omzeilen – niet in het gras of op de stoep belanden?