Onkruidbestrijding

Onkruidbeheersing op verharding is een belangrijk onderdeel van beheer openbare ruimte (BOR) en draagt bij aan zowel de fysieke als ervaren kwaliteit van de openbare ruimte. Het effectief en efficiënt beheersen van onkruid vergt een integrale aanpak. Door bijvoorbeeld in de ontwerpfase al na te denken over het beheersen van onkruid kunnen kosten bespaard worden. Daarnaast wordt regelmatig de koppeling gelegd tussen sociale doelstellingen uit de Participatiewet en het beheren van onkruid.

In Nederland is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verharding sinds april 2016 verboden. Vanaf 1 november 2017 geldt dat verbod ook voor onverharde terreinen. Door het verbod op chemische bestrijdingsmiddelen spreken we niet meer van onkruidbestrijding, maar van onkruidbeheersing. Gemeenten en beheerders die eerder met chemische middelen werkten worden uitgedaagd om nieuwe evenwichten te zoeken in het gebruik van (thermische en mechanische) methoden, de te realiseren kwaliteit en de kosten.

Onkruidbeheer zonder chemie vergt een slimme integrale aanpak, een gecombineerde inzet van methoden en preventief beleid op het voorkomen van onkruid. Op deze manier kunnen de kwaliteit en kosten op termijn beheersbaar blijven, zo bleek uit onderzoek uitgevoerd door Tauw in 2013. Gemeenten, beheerders en gebruikers hebben de afgelopen jaren toegewerkt naar nieuwe evenwichten.

In 2020 start de NVRD, samen met een aantal leden, een onderzoek naar de huidige stand van zaken in het onkruidbeheer, om te onderzoeken of deze evenwichten gevonden zijn. Het betreft een landelijke inventarisatie van ervaringen en de inzet van methoden en technieken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan zowel de mogelijke neveneffecten van chemievrije beheersing, zoals grotere wortelopdruk, alsook de effecten van andere trends en ontwikkelingen, zoals het langer wordende groeiseizoen door klimaatverandering. Doel van het onderzoek is dus het verkrijgen van inzicht in de stand van zaken, ervaringen en ontwikkelingen van de onkruidbeheersing in Nederland om vervolgens zowel de onkruidbeheersing te verbeteren en input te leveren en aanbevelingen te doen voor de toekomstige aanpak van onkruidbeheersing in zowel uitvoering als beleid.

Per 1 april 2020 is de gewijzigde Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking getreden. Een aantal uitzonderingen op het verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zijn ingeperkt, waaronder ook voor het gebruik in de openbare ruimte. Een uitzondering is gemaakt voor een onkruid, insect of schimmel, waarvoor het gebruik van een gewasbeschermingsmiddel nog onvermijdelijk is, ondanks dat een geïntegreerde gewasbescherming wordt toegepast. De deskundigenadviezen, waar de lijsten met uitzonderingen op zijn gebaseerd, vindt u op hier. De geconsolideerde versie van de regeling zal op termijn beschikbaar zijn op https://wetten.overheid.nl.

Per 1 april 2016 geldt een verbod op het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen op verharding en per 1 november 2017 geldt dat verbod ook voor gebruik op onverharde terreinen. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is voor professioneel gebruik verboden. Er gelden een beperkt aantal uitzonderingen. Daarover leest u meer in ‘wet- en regelgeving’.

Alle gemeenten en andere uitvoerders zijn dus genoodzaakt om zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen onkruid te beheren. Onkruidbeheer zonder chemische middelen is minder effectief en vergt een andere aanpak. Gemeenten, beheerders en gebruikers zullen toe moeten werken naar een nieuw evenwicht in het gebruik van methoden, de te realiseren kwaliteit en de kosten.

Door het verbod op chemische gewasbeschermingsmiddelen is de vraag naar alternatieve methoden gestegen. De markt voor alternatieve (thermische en mechanische) methoden en bijbehorend materieel ontwikkeld zich snel. Andere ontwikkeling betreffende het materieel is beperken van o.a. CO2 en NOx uitstoot van materieel.

De NVRD zet samen met een aantal leden in een onderzoek in gang naar niet chemische onkruidbeheersing. Naast een landelijke inventarisatie van ervaringen en de inzet van methoden en technieken wordt aandacht besteed aan mogelijke neveneffecten van chemievrije beheersing, zoals grotere wortelopdruk, alsook de effecten van andere trends en ontwikkelingen, zoals het langer wordende groeiseizoen door klimaatverandering. Doel van het onderzoek is dus het verkrijgen van inzicht in de stand van zaken, ervaringen en ontwikkelingen van de onkruidbeheersing in Nederland om vervolgens zowel de onkruidbeheersing te verbeteren en input te leveren en aanbevelingen te doen voor de toekomstige aanpak van onkruidbeheersing in zowel uitvoering als beleid.

Ook heeft de NVRD het initiatief genomen voor een benchmark onkruidbeheer. De benchmark maakt de gemeentelijke doelstellingen, resultaten en kosten op dit gebied inzichtelijk en biedt gemeenten en publieke bedrijven een platform om van elkaar te leren. Vanaf 2017 is onkruidbeheer onderdeel van de benchmark Schoon.

De NVRD onderschrijft het beleid om onkruidbestrijding te verduurzamen maar vraagt daarbij wel blijvend aandacht voor de praktische en financiële gevolgen van het verbod voor gemeenten en hun reinigingsbedrijven.

Het is voor de professionele gebruiker sinds april 2016 verboden chemische gewasbeschermingsmiddelen (bijv. tegen onkruid) op verhardingen buiten de landbouw te gebruiken. Sinds 1 november 2017 geldt dat ook voor onverharde terreinen. Op deze overheidspagina vindt u de volledige wetgeving.

Sinds 1 april 2020 zijn de uitzonderingen op de wetgeving aangescherpt. Uitzonderingen op de wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gelden nog voor:

Een gewasbeschermingsmiddel mag in Nederland alleen worden gebruikt, als drie ‘toetsen’ allen positief uitvallen: 

  • Het gebruik van de werkzame stof (in dit geval glyfosaat) moet door Brussel zijn goedgekeurd; 
  • Het gewasbeschermingsmiddel moet tot de Nederlandse markt zijn toegelaten door het Ctgb;
  • Het gebruik is toegestaan op grond van milieuregelgeving.

Die eerste twee vallen positief uit, de derde niet. Dus is gebruik niet toegestaan. Oftewel: ondanks het feit dat Europa glyfosaat goedkeurt en het tot de Nederlandse markt is toegelaten, mag het middel niet worden gebruikt in Nederland omdat het gebruik niet is toegestaan op grond van de milieuwetgeving. Ook lage risicomiddelen en zout (gladheidbestrijdingsmiddelen) vallen onder het verbod.

Meer informatie:


Voorgeschiedenis
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen lag al lange tijd gevoelig. De gemakkelijkste en goedkoopste manier van onkruidbestrijding is het spuiten met onkruidbestrijdingsmiddelen. Nadeel is dat deze afspoelen naar het oppervlaktewater. Dat is de reden dat er sinds september 2011 wordt gesproken over het verbieden van chemische middelen. Tweede Kamerlid Grashoff heeft toen een motie ingediend voor een verbod op glyfosaathoudende middelen voor niet-commerciële doeleinden. De motie is aangenomen en er werd aangestuurd op een verbod per 2018.

In het kader van deze motie heeft de staatssecretaris van I&M in 2012 opdracht gegeven voor een onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid van een verbod (Inventarisatie onkruidbestrijding op verharding). Op 15 mei 2013 is de Tweede Nota duurzame gewasbescherming ‘Gezonde groei, duurzame oogst’ naar de Kamer gestuurd. Op basis van de bespreking van deze nota heeft de staatssecretaris voorgesteld om het verbod op het professioneel gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen te vervroegen van 2018 naar 2015. Dit heeft de staatssecretaris aan de Kamer meegedeeld in een brief op 3 september 2013.

Op 6 februari 2014 heeft de Landsadvocaat een advies uitgebracht aangaande de juridische houdbaarheid en proportionaliteit van het generieke verbod dat onderbouwd moet worden voor alle middelen die het aangaat. Op 20 februari 2014 is door kamerlid Van Tongeren in de Tweede Kamer een motie (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 27 858, nr. 239) ingediend en aangenomen waarin zij de regering verzoekt om alleen uitzonderingen op het verbod van chemische bestrijdingsmiddelen toe te staan die voldoen aan de criteria Goud en Zilver van de Barometer Duurzaam Terreinbeheer (BDT) van Stichting Milieukeur.

In een brief van 22 april 2015 heeft de staatssecretaris de aangekondigde gebruiksverboden op verhardingen bevestigd. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor het bestrijden van onkruid op verhardingen werd met ingang van het groeiseizoen 2016 verboden. Voor overige niet verharde terreinen buiten de landbouw geldt een gebruiksverbod per november 2017 waarbij voor sportvelden en recreatieterreinen een uitzondering wordt gemaakt. Ook voor het particulier gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op verhardingen geldt sinds begin 2016 een gebruiksverbod. Bovenstaande gebruiksverboden worden vormgegeven door een aanpassing van het besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Op reactie op de motie Jacobi heeft de staatssecretaris op 1 juli aangegeven dat het gebruik van alle middelen, inclusief laag risicomiddelen, verboden worden. Omdat binnen de Europese Unie nog wordt gewerkt aan criteria voor deze stoffen zou dat tot een ongewenst slingereffect kunnen leiden. Het ontwerpbesluit is op 4 september 2015 in de commissie EZ van de Tweede Kamer behandeld en er is uiteindelijk op maandag 7 december 2015 over besloten waarbij een meerderheid voor verbod was. Het verbod is per 1 april 2016 ingegaan.

Nieuwsberichten: