Veelgestelde juridische vragen

Op deze webpagina vindt u de veelgestelde vragen op juridisch gebied binnen de afval- en reinigingsbranche.

Weigeren mini-container

Mogen inwoners een door de gemeente aangeboden minicontainer voor huishoudelijk afval weigeren?

Het afnemen van een minicontainer of ander inzamelmiddel is niet verplicht. Afhankelijk van de wijze waarop de afvalaanbieding in een gemeente in de afvalstoffenverordening is geregeld, kan het afnemen van minicontainers in de praktijk wel op een (praktische) ‘verplichting’ neerkomen.

Toelichting:

De model Afvalstoffenverordening bevat artikelen die vastleggen op welke wijze afzonderlijke stromen moeten worden ingezameld en met welke inzamelmiddelen dat moet gebeuren (bijvoorbeeld huishoudelijk restafval in de ondergrondse container en papier in de minicontainer). Op grond van de model afvalstoffenverordening is het verboden om benoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan afzonderlijk alsmede anders dan door de gemeente is vastgelegd aan te bieden. Wordt de model afvalstoffenverordening door een gemeente gevolgd, dan zijn inwoners van de desbetreffende gemeente dus verplicht de afzonderlijke stromen in de daarvoor aangewezen inzamelmiddelen- en/of voorzieningen aan te bieden. Worden bijvoorbeeld enkel minicontainers als inzamelmiddel voor de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen aangewezen, dan bestaat daarmee een verplichting om de minicontainer van de gemeente te gebruiken. Als een inwoner dergelijke afvalstoffen wil aanbieden, dan bestaat dus in praktische zin een verplichting om de minicontainer ook af te nemen. Enkel op die wijze kunnen inwoners immers gebruik maken van de service van de gemeente om de afvalstoffen die door middel van een minicontainer dienen te worden ingezameld bijvoorbeeld elke week of eens per twee weken aan huis te laten ophalen.

Kiest een inwoner ervoor de minicontainer niet te accepteren, dan doet dat niet af aan de verplichting van de inwoner om de afvalstromen waarvan in de afvalstoffenverordening van de gemeente is bepaald dat deze gescheiden worden ingezameld ook gescheiden aan te bieden. Dat betekent dat, als de milieustraat ook als inzamelvoorziening is aangewezen, de inwoner deze stromen zelf naar de milieustraat moet brengen. Of, indien aangewezen, naar een collectief (ondergronds) inzamelsysteem. Daarbij geldt de beperking dat veel inzamelsystemen enkel geopend kunnen worden door middel van afvalpassen gekoppeld aan de adressen van een bepaalde wijk binnen de gemeente. Valt de bewoner die de minicontainer weigert buiten een dergelijke wijk, dan kan geen gebruik worden gemaakt van het inzamelsysteem en staat dus enkel de optie van de milieustraat open. Voor GFT geldt nog de optie om thuis te composteren. Indien de stromen apart naar de milieustraat of naar een inzamelsysteem worden gebracht dan wel worden gecomposteerd, is het afnemen van een minicontainer niet nodig.

Indien de minicontainer door de inwoner wordt geweigerd, worden de gescheiden afvalstromen niet huis aan huis bij de inwoner opgehaald. De inwoner moet in principe wel gewoon afvalstoffenheffing betalen, ook voor het legen van de minicontainers (tenzij sprake is van bijvoorbeeld Diftar).

Merel Copier - Hekkelman Advocaten

 

Factsheet ondergrondse afvalcontainers

Veel gemeenten maken gebruik van ondergrondse afvalcontainers bij de inzameling van huishoudelijk afval. Op 2 augustus 2017 besloot de Raad van State dat locaties voor plaatsing van ondergrondse containers bij besluit moeten worden aangewezen (ECLI:NL:RVS:2017:2061). Gemeenten moeten daarmee rekening houden wanneer zij ondergrondse containers willen plaatsen.

Plaatsing vergt een goede voorbereiding en nauwkeurige besluitvorming. Om gemeenten daarbij te helpen, heeft de NVRD in samenwerking met Hekkelman Advocaten de Factsheet ondergrondse containers opgesteld.

De Factsheet ondergrondse containers bevat de juridische en praktische stappen die gemeenten moeten nemen wanneer overgegaan wordt tot plaatsing van ondergrondse containers. Deze stappen zijn in een stroomschema gezet om de verschillende keuzes die gemeenten kunnen maken inzichtelijk te maken. Het stroomschema bevat 9 stappen. Per stap bevat de factsheet zowel uitleg over de juridische als waar mogelijk de praktische uitwerking daarvan. Het stroomschema treft u hier alvast aan.

Mocht u vragen hebben over de factsheet, dan kunt u contact opnemen met de NVRD (post@nvrd.nl of 088 377 00 00).

Factsheet over afvalstoffenheffing bij vakantiewoningen, zorgcomplexen e.d. 

In samenwerking met Hekkelman advocaten heeft de NVRD gewerkt aan de Factsheet afvalstoffenheffing bij aan huishoudens gerelateerde woonvormen. In deze factsheet wordt inzicht gegeven in de vraag of en bij wie afvalstoffenheffing geheven kan worden wanneer het gaat om bijvoorbeeld vakantieparken/recreatiewoningen, zorgcomplexen en kamerbewoning.

Aan de hand van de meest recente rechtspraak worden deze verschillende situaties uitgelicht. Wilt u de Factsheet afvalstoffenheffing bij aan huishoudens gerelateerde woonvormen bekijken, klik dan hier.

Omgevingswet

Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor NVRD-leden?

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet – vooralsnog beoogd op 1 juli 2022 – verandert ook de wet- en regelgeving die relevant is voor de afval- en reinigingsbranche. De factsheet ‘Wat zijn de gevolgen van de Omgevingswet voor NVRD-leden?’ maakt op hoofdlijnen inzichtelijk wat de gevolgen van Omgevingswet voor de afval- en reinigingsbranche zijn. De factsheet is in samenwerking met onze partner Hekkelman advocaten N.V. tot stand gekomen.

 

Download de factsheet omgevingswet hier

Is iets afval wanneer er een vergoeding tegenover staat?

 

Antwoord:
De vraag of iets een afvalstof is, moet worden beantwoord met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. Het enkele gegeven dat er een vergoeding tegenover de stof of het voorwerp staat, is op zichzelf beschouwd niet voldoende om te concluderen dat geen sprake is van afval. Bij de beantwoording van deze vraag is vooral het gedrag van de houder relevant. Van belang is of de stof of het voorwerp in kwestie nog nut heeft voor de houder ervan of dat het een last is waarvan de houder zich wilt of moet ontdoen.

Nader belicht:
Voor de houder van een stof of voorwerp is van belang om te weten of dit als afvalstof wordt aangemerkt. Voor de houder van afvalstoffen geldt namelijk specifieke afvalstoffenregelgeving.

In artikel 1.1 van de Wet milieubeheer is de volgende wettelijke definitie opgenomen van het begrip ‘afvalstof’:

alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.

Met deze definitie wordt aangesloten bij de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Het gaat bij (de kwalificatie van) afvalstoffen om twee criteria: 1. er is sprake van een stof, voorwerp of preparaat en 2. de houder gaat, wilt of moet zich daarvan ontdoen. De vraag of sprake is van een afvalstof moet bovendien worden beoordeeld aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden van elk afzonderlijk geval, in het licht van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Of een stof of voorwerp kwalificeert als afvalstof is niet altijd even eenvoudig te beantwoorden. Het begrip afvalstof wordt namelijk ruim uitgelegd. Dat heeft tot gevolg dat op voorhand geen stoffen of voorwerpen kunnen worden uitgesloten van het begrip afvalstof. Ook stoffen of voorwerpen die voor economisch hergebruik beschikbaar zijn of die een economische waarden hebben (geld opleveren) kunnen kwalificeren als afvalstof.

Het enkele gegeven dat er een vergoeding tegenover de stof of het voorwerp staat, is op zichzelf beschouwd niet voldoende om te concluderen dat geen sprake is van afval. Het gedrag van de houder is namelijk doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of sprake is van een afvalstof. Daarbij komt bijzondere betekenis toe aan de intentie (de bedoeling) van de houder en de uitleg van ‘ontdoen van’. Van belang is dus om te bepalen of de stof of het voorwerp in kwestie nog nut heeft voor de houder ervan of dat het een last is waarvan de houder zich wilt of moet ontdoen. Als dit laatste het geval is, kan het risico bestaan dat de houder zich van de stof ontdoet op een manier die nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, bijvoorbeeld door de stof onbeheerd achter te laten of ongecontroleerd te lozen of te verwijderen. Dergelijke voorwerpen of stoffen vallen onder het begrip afvalstof.

Wordt bijvoorbeeld een stof of voorwerp afgegeven met het (affectieve) oogmerk dat deze wordt hergebruikt, dan is dit een indicatie dat geen sprake is van een last waarvan de houder zich ontdoet of moet ontdoen. In dat geval is geen sprake van een afvalstof (ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:543, textiel). Wordt bijvoorbeeld een stof of voorwerp bewust geproduceerd om deze onder economisch gunstige omstandigheden te verhandelen (denk aan: bijproducten), dan levert ook dit een indicatie op dat geen sprake is van een afvalstof (ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4130, fluxolie).

Dat het afhangt van de concrete omstandigheden van het geval of een stof of voorwerp kwalificeert als een afvalstof, wordt duidelijk geïllustreerd in de rechtspraak over de inzameling van textiel. Bij het inzamelen van textiel zijn de wijze van het aanbieden van het textiel en het al dan niet (direct) accepteren ervan relevante factoren. Wordt gebruikte kleding in containers ingezameld, dan is per definitie sprake van een afvalstof. In een dergelijk geval worden de stoffen namelijk ongesorteerd aangeboden en moeten deze eerst (op een andere locatie) worden gesorteerd voordat deze kunnen worden hergebruikt (Vz. ABRvS 24 februari 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AV2954). Dit ligt anders als de aangeboden gebruikte kleding eerst direct ter plekke visueel wordt gekeurd en gecontroleerd voordat het wordt geaccepteerd. Wordt daarbij alleen herdraagbare kleding geaccepteerd, waarmee dus sprake is van de selectieve inname van de aangeboden kleding, dan is dit een indicatie dat geen sprake is van een afvalstof (ABRvS 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:543).

Yasemin Demirci – Hekkelman advocaten

Aanbestedingsrecht

Factsheet aanbestedingsrecht: Wijziging overeenkomst in veranderende (corona-) tijden

Veranderende tijden brengen soms met zich mee dat er behoefte ontstaat om overeenkomsten aan te passen. In de Factsheet aanbestedingsrecht: Wijziging overeenkomst in veranderende (corona-) tijden informeren wij u over de mogelijkheden en aandachtspunten. De factsheet is tot stand gekomen in samenwerking met onze partner Hekkelman advocaten N.V.

De coronacrisis raakt onze hele samenleving en daarbij ook de afvalbranche, waaronder de afzetmarkten voor textiel en papier (gezamenlijk hierna: afvalbranche). Vanwege de coronamaatregelen heeft de inzameling van textiel en papier zelfs (gedeeltelijk) stilgelegen. Dit kan problemen opleveren voor de gemeenten en de inzamelaars en/of sorteerders van de afvalbranche, omdat gemaakte afspraken daardoor niet of niet in hun geheel kunnen worden nagekomen. Een ander gevolg van de coronacrisis is dat er een toename van textielafval plaatsvindt, omdat inwoners zijn begonnen met het schoonmaken van hun woning en het opruimen van onder meer de kledingkasten. Het gevolg hiervan is dat textiel tegen een lagere prijs moet worden verkocht of moet worden opgeslagen, aangezien textielbranches de hoeveelheid textiel niet meer kunnen verwerken.

Maar ook los van de coronacrisis kan de behoefte bestaan om overeenkomsten aan te passen aan de veranderende tijden. Denk bijvoorbeeld aan de algemene trend dat afvalstromen die eens waarde vertegenwoordigden, steeds meer kantelen richting verlieslatende stromen. Om deze problemen op te kunnen lossen wordt gekeken naar de mogelijkheid om (tijdelijk) een andere invulling te geven aan de gemaakte afspraken. Op grond van de aanbestedingsregels is het echter niet zomaar mogelijk om bestaande overeenkomsten te wijzigen.

Download hier de factsheet