Vennootschapsbelasting

Op 1 januari 2016 trad de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen (Wet Vpb) in werking. Deze wet zorgt ervoor dat overheidsondernemingen niet langer in beginsel onbelast zijn voor de vennootschapsbelasting (Vpb), maar op basis van de reguliere regels in de Vpb worden betrokken. Gemeenten en gemeenschappelijke regelingen kunnen dus sinds 2016 met verschuldigdheid van vennootschapsbelasting worden geconfronteerd. Voor een beperkt deel van de overheids-NV’s en overheids-BV’s gold dit al.

De invoering van de ‘belastingplicht voor overheidsondernemingen’ in 2016 raakt de activiteiten van de leden van de NVRD. Voor de activiteiten op het gebied van inzameling van huishoudelijk afval is veel aandacht geweest in het wetgevingsproces, maar tegelijkertijd resteren een paar onzekerheden. Zo bestaat onzekerheid over de afbakening van het begrip ‘inzameling’ en de bepaling van fiscaal resultaat verband houdende met afvalstromen met een opbrengst. Om deze onzekerheden weg te nemen is de NVRD in 2016 in overleg getreden met de Belastingdienst om te komen tot een branchekader over de reikwijdte van de Vpb-plicht.

Inmiddels is het branchekader tot stand gekomen. Kort gezegd komen die afspraken op het volgende neer:

  1. Bij de inzameling van huishoudelijk afval moeten twee activiteiten worden onderscheiden, namelijk enerzijds het inzamelen van huishoudelijk afval en anderzijds het zich ontdoen van afvalstromen tegen een positieve opbrengst. Over de eerste activiteit hoeft geen vennootschapsbelasting te worden betaald (want geen deelname aan het economisch verkeer). Over de afvalstoffenheffing hoeft dus geen vennootschapsbelasting te worden betaald. Over de bijdrage van de Stichting Afvalfonds Verpakkingen is in de individuele vaststellingsovereenkomsten die de leden van de NVRD met de Belastingdienst kunnen sluiten (waarover hieronder meer) bepaald hoe daarmee wordt omgegaan. Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met Evelien Mertens (mertens@nvrd.nl / 0650849991). Over de tweede activiteit (het zich ontdoen van afvalstromen met waarde) moet wel vennootschapsbelasting worden betaald. Met deze activiteit bevindt men zich in een beperkte handelsfase.
  2. Voor het bepalen van het fiscaal resultaat over de beperkte handelsfase waarvan sprake is bij het zich ontdoen van afvalstromen met waarde, wordt een percentage van de omzet als winst bepaald. Dat percentage (de winst) is op basis van een door PwC uitgevoerd benchmarkrapport vastgesteld op 1% van de omzet. Aangezien de verkoopprijs van afvalstromen met een waarde op papier beschikbaar is, hoeft omtrent de hoogte van die omzet geen discussie te bestaan.
  3. Wanneer gemeenten deelnemen aan een samenwerkingsverband (een GR of overheids-NV of BV), kan de vennootschapsbelasting over afvalstromen met waarde onder omstandigheden geheven worden bij het samenwerkingsverband. Daarvoor moet de vraag beantwoord worden aan wie de winst van de afvalstromen met waarde kan worden toegerekend, aan de gemeente of het samenwerkingsverband. Dit is afhankelijk van de vraag welke functies worden uitgeoefend door het samenwerkingsverband, welke activa door het samenwerkingsverband worden gebruikt en welke risico’s daarmee worden opgeroepen en/of beheerst. De relevante aspecten inzake functies en activa enerzijds en risico’s anderzijds zijn uiteen gezet onder het kopje Actuele stand van zaken en ontwikkelingen. Wijzen de relevante aspecten zoals daar genoemd erop dat de winst kan worden toegerekend aan het samenwerkingsverband, dan wordt de vennootschapsbelasting geheven bij dat samenwerkingsverband en niet bij de gemeente.

Het branchekader is neergelegd in een nieuwsflits voor gemeenten die gepubliceerd is op de website van de Belastingdienst. Daarnaast zijn voor alle verschillende rechtsvormen binnen de achterban van de NVRD (de gemeente, de GR op basis van delegatie, de GR op basis van mandaat en de overheids-NV/ BV) vaststellingsovereenkomsten opgesteld.

In dit dossier vindt u alle informatie over het branchekader. Het dossier is als volgt ingedeeld:

  • onder het kopje “Standpunten/ wat doet de NVRD” vindt u uitleg over de totstandkoming van het branchekader;
  • onder het kopje “Actuele stand van zaken en ontwikkelingen” vindt u een uitgebreide uitleg over de afspraken en het kader om te bepalen of de winst wordt geheven bij het samenwerkingsverband waarin de gemeente participeert of bij de gemeente zelf;
  • onder het kopje “Betekenis voor gemeenten en afvalbedrijven” wordt toegelicht hoe de afspraken praktisch vorm zijn gegeven en hoe uw organisatie daarvan gebruik kunt maken;
  • onder het kopje “Wet- en regelgeving” treft u een verwijzing naar de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan.

 

Na uitgebreid overleg zijn de NVRD en de Belastingdienst gekomen tot een branchekader over de reikwijdte van de Vpb-plicht. De afspraken luiden als volgt:

Afspraak over inzamelen en het zich ontdoen van afvalstromen met waarde

Voor de Vpb worden ten aanzien van de activiteiten op het gebied van huishoudelijk afval twee afzonderlijke activiteiten geconstateerd; ‘de inzameling van huishoudelijk afval’ enerzijds en ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ anderzijds. In het geval van inzamelen hoeft geen vennootschapsbelasting te worden betaald. Over de bijdrage van Stichting Afvalfonds Verpakkingen bepaalt de Belastingdienst in de vaststellingsovereenkomsten waarover onder het kopje “Betekenis voor gemeenten en afvalbedrijven” meer te lezen staat hoe daar in individuele gevallen mee omgegaan wordt. Mocht u hierover meer informatie willen, dan kunt u daarover contact opnemen met Evelien Mertens (mertens@nvrd.nl).

Afspraak over bepalen winst over activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’

Met het zich ontdoen van afvalstromen met waarde bevindt men zich in een beperkte handelsfase waaraan een zekere waarde toegekend dient te worden. Normaal gezien geldt dat de vraag of met deze activiteit winst wordt gemaakt een allocatie vereist van zowel de opbrengsten (deel van de afvalstoffenheffing) alsook van de kosten (deel van de inzamelkosten). Dat vergt veel administratieve lasten. Om die reden wordt voor de bepaling van de winst van de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ aansluiting gezocht bij de systematiek van de sfeerovergang. De zakelijke winst die aan de activiteit ‘het ontdoen van afval met een opbrengst’ kan op geschikte wijze worden benaderd door toepassing van een transactional net margin method. De NVRD heeft hiertoe een benchmarkonderzoek laten verrichten door PwC. Dit heeft ertoe geleid dat met de Belastingdienst is afgesproken dat waar het gaat om afvalstromen met waarde een winst ter grootte van 1% van de omzet (RoS) wordt verantwoord.

Afspraak over toerekening winst

Belangrijk punt van aandacht bij het branchekader is aan wie de winst van de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ moet worden toegerekend op moment dat een gemeente een samenwerkingsverband heeft ingeschakeld bij de uitvoering van haar wettelijke inzameltaak. De wettelijke taak om huishoudelijk afval in te zamelen ligt bij gemeenten. Maar gemeenten zijn vrij om de uitvoering van deze taak zelf te organiseren (“inbesteden”), uit te besteden aan een privaatrechtelijke (100%) dochtermaatschappij (“quasi-inbesteden”), uit te besteden aan de markt (“aanbesteden”) of uit te besteden aan een publiekrechtelijk of privaatrechtelijk samenwerkingsverband waar de gemeente in participeert (“samenwerken”). We onderscheiden in deze context drie soorten samenwerkingsverbanden: een Gemeenschappelijke Regeling met rechtspersoonlijkheid (“GR”) die de inzameling verricht op basis van delegatie, een GR die de inzameling verricht op basis van mandaat en een NV of BV die voldoet aan de evenredigheidseis van artikel 8f, lid 1, onderdeel c, ten derde, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (de GR wordt op basis van de parlementaire geschiedenis geacht te voldoen aan de evenredigheidseis).

Uitgangspunt is dat de toerekening van de winst van de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ op basis van internationale verrekenprijsregels afhankelijk is van de vraag wie er verantwoordelijk is voor de waarde creatie bij het verkopen van de afvalstromen. In casu gaat het om de beoordeling van de vraag of de waarde creatie door verkoopactiviteiten plaatsvindt door de gemeente of door het samenwerkingsverband.

Als een gemeente de taak heeft inbesteed of aanbesteed en niet deelneemt aan een samenwerkingsverband, zal de gemeente zelf de berekende winst behaald met afvalstromen met een opbrengst in haar aangifte moeten opnemen. Hetzelfde geldt voor de GR die de taak uitoefent op basis van delegatie. Voor een NV/BV of een GR die de taak uitoefent op basis van mandaat, hangt het af van de feiten en omstandigheden of zij of haar aandeelhouders/participanten de berekende winst in de aangifte zal moeten opnemen. Voor de beoordeling van die vraag is van belang welke functies door het samenwerkingsverband worden uitgeoefend, welke activa door het samenwerkingsverband worden gebruikt en welke risico’s daarmee worden opgeroepen en/of beheerst. De relevante aspecten over functies en activa enerzijds en risico’s anderzijds zijn hieronder uiteen gezet.

Functies en activa
Uit de gesprekken die hebben plaatsgevonden tussen de Belastingdienst en de NVRD, zijn de meest relevante feiten en omstandigheden van de afzonderlijke activiteiten inzameling en ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ in kaart gebracht. Deze analyse leidt er toe dat op basis van de volgende feiten en omstandigheden de waarde creatie door het uitoefenen van een verkoopfunctie, het daarbij gebruiken van activa en het beheersen van beperkte risico’s, voor de afvalstromen plaatsvindt door het samenwerkingsverband (en dus niet door de gemeente):

    1. Het samenwerkingsverband heeft alle activa in gebruik/beheer die nodig zijn voor het verrichten van de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’. Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor het managen van het risico dat de activa niet meer kunnen worden gebruikt. Het gaat daarbij om activa zoals:
      1. de afvalbrengstations van waaruit het afval door het samenwerkingsverband wordt vervoerd naar de op- en overslaglocatie;
      2. de vrachtwagens waarmee het afval wordt vervoerd;
      3. het op- en overslag pand waar het afval na inzameling terecht komt;
      4. de grotere containers, waarin het afval tot grote bulken gereed wordt gemaakt voor vervoer naar de verwerker.
    2. Het samenwerkingsverband sluit een contract af met de verwerker;
    3. Het afval wordt definitief overgedragen naar de verwerker, zodra die de afvalstroom heeft geaccepteerd van het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband is daarom verantwoordelijk voor het managen van het risico dat er geen verkeerd afval wordt afgeleverd bij de verwerker;
    4. De facturen worden door de verwerker gericht aan het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband is daarom verantwoordelijk voor het managen van het risico dat de juiste bedragen worden gefactureerd;
    5. Het samenwerkingsverband heeft alle werknemers in dienst, ook de werknemers die zich bezighouden met de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’;
    6. Het samenwerkingsverband factureert aan de gemeente, de ontvangen opbrengst wordt één op één verrekend op de betreffende factuur;
    7. De gemeente heeft geen personeel in dienst dat zich bezighoudt met de operationele gang van zaken rondom het ophalen van huisvuil, wel personeel dat zich bezig houdt met beleidsmatige aspecten, afvalstoffenheffing en financiële administratie;
    8. De gemeente kan een afvalbrengstation in eigendom hebben, maar laat de activiteiten m.b.t. een afvalbrengstation altijd door het samenwerkingsverband verrichten;
    9. De gemeente kan een weegbrug in eigendom hebben, maar laat de activiteiten m.b.t. de weegbrug altijd door het samenwerkingsverband verrichten;
    10. De gemeente kan een op- en/of overslagpand in eigendom hebben, maar laat de activiteiten m.b.t. de op- en overslaglocatie altijd door het samenwerkingsverband verrichten;
    11. De gemeente int in de meeste gevallen de afvalstoffenheffing van de burgers (in sommige gevallen kan een samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling met rechtspersoonlijkheid ook de afvalstoffenheffing zelf direct innen). De afvalstoffenheffing wordt gebruikt om de (verwachte) kosten van het samenwerkingsverband te vergoeden.

De elementen van deze opsomming die betrekking hebben op de activiteit van het ‘zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ laten zien dat het in essentie gaat om de waarde creatie door het samenwerkingsverband, waarbij onder andere het contracteren van de verwerker belangrijk is. Op het gebied van inzameling kunnen uiteraard verschillen bestaan (bijv. de eigendom van het afvalbrengstation etc), maar dat doet niet af aan de afbakening van de activiteiten en de mogelijke toerekening van de waarde creatie aan het samenwerkingsverband.

Risico’s
Het samenwerkingsverband dat door de gemeente is ingeschakeld, verricht feitelijk alle werkzaamheden die met de wettelijke inzamelingstaak gepaard gaan en loopt zelf ook alle risico’s die met die werkzaamheden gepaard gaan. Binnen het brede palet aan werkzaamheden is het samenwerkingsverband daarom aan te wijzen als de verantwoordelijke partij. Het grootste deel van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband bestaat uit werkzaamheden die vallen onder de inzamelactiviteit, zoals het ophalen van afval bij de burgers, de voorlopige sortering en inzameling via afvalbrengstations, het vervoeren van het afval naar op- en overslaglocaties, het wegen van het afval etc. Slechts voor een beperkt deel van de totale werkzaamheden worden er ook werkzaamheden verricht met betrekking tot de activiteit ’het zich ontdoen van afvalstromen met een positieve opbrengst’.

De geringe omvang en de aard van de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ brengt met zich mee dat de daarmee gepaard gaande risico’s ook beperkt zijn. De beperkte risico’s die er zijn worden opgeroepen en beheerst door het samenwerkingsverband. Het gaat dan met name om de volgende risico’s:

    1. Het risico dat containers en vrachtwagens niet meer kunnen worden gebruikt om de verkochte afvalstromen bij de afnemer te krijgen. Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de staat en het onderhoud van deze activa. Zonder deze activa kan de activiteit ‘het zich ontdoen van afval met een opbrengst’ niet worden verricht;
    2. Het risico dat er geen verkeerd afval wordt afgeleverd bij de afnemer. Als de afgenomen afvalfractie niet overeenkomt met wat afgesproken is, dan krijgt het samenwerkingsverband dit afval weer terug en moet zij daar op een andere manier vanaf zien te komen;
    3. Het risico dat er niet wordt betaald voor het afval, omdat de onjuiste afvalfracties zijn geleverd. Dit risico is er feitelijk niet omdat een dergelijk risico altijd wordt verrekend in de prijs van de betreffende afvalstroom.

Conclusie
Wordt voldaan aan de door de NVRD beschreven feiten en omstandigheden dan luidt de conclusie dat het samenwerkingsverband verantwoordelijk is voor de waarde creatie van afvalstromen met een opbrengst. Het samenwerkingsverband vervult namelijk alle functies, exploiteert de activa en beheerst de risico’s. De berekende winst verband houdende met de activiteit ‘het zich ontdoen van afvalstromen met een opbrengst’ dient onder deze feiten en omstandigheden te worden toegerekend aan het samenwerkingsverband (en dus niet aan de gemeente). In andere gevallen zullen de gemeenten zelf de berekende winst moeten opnemen in hun aangiften. Belangrijk is uiteraard dat hierover per samenwerkingsverband duidelijkheid bestaat, zodat geborgd wordt dat de berekende winst in totaal éénmaal wordt aangegeven: ofwel bij het samenwerkingsverband, ofwel bij de aandeelhouders/participanten.

Leden van de NVRD kunnen een vaststellingsovereenkomst sluiten met de Belastingdienst over het branchekader. Daarin staat dan onder andere een niet-limitatieve lijst met de soorten afval met een opbrengst benoemd waar deze uitkomst voor geldt en ook afspraken over bijvoorbeeld de nakoming en looptijd van de afspraak. De Belastingdienst en de NVRD hebben concept vaststellingsovereenkomsten opgesteld voor:

  • de gemeenten die de taak zelf uitvoeren of hebben aanbesteed aan een marktpartij en zelf gerechtigd zijn tot de positieve opbrengst van afvalstromen met waarde (gemeenten die deelnemen in een samenwerkingsverband waarbij de winst over afvalstromen wordt toegerekend aan het samenwerkingsverband hoeven geen vaststellingsovereenkomst te sluiten maar kunnen volstaan met de nieuwsflits op de site van de Belastingdienst);
  • de GR die de taak verricht op basis van delegatie;
  • de GR die de taak verricht op basis van mandaat;
  • de overheids-NV/ BV.

Als uw organisatie gebruik wil maken van het branchekader, dan kunt u hierover contact opnemen met de Belastingdienst. U kunt de binnen uw organisatie bekende contactpersoon van de Belastingdienst benaderen. Mocht deze persoon niet op de hoogte zijn van de gemaakte afspraken, dan kunt u hem verwijzen naar het dossier Vennootschapsbelasting de site van de NVRD. De vaststellingsovereenkomsten worden door de Belastingdienst aan de individuele partijen verstrekt.

Mocht u vragen hebben over de gemaakte afspraken, dan kunt u contact opnemen met Evelien Mertens (mertens@nvrd.nl / 0650849991)

In 2016 zijn de NVRD en de Belastingdienst in overleg gegaan met als doel het maken van afspraken voor de NVRD-leden over de reikwijdte van de Vpb-plicht. Een onderwerp dat vanaf eind 2016 concreet op tafel ligt, is het bepalen van de fiscale gevolgen van afvalstromen met een opbrengst.

De NVRD heeft onderbouwd gemotiveerd waarom zij van mening is dat het begrip ‘inzameling’ zoals dat is gebezigd in de parlementaire behandeling mede omvat het zich ‘ontdoen’ van afvalstromen. Het zou volgens de NVRD voor de Vpb niet mogen uitmaken of bij het ontdoen van afval een bedrag wordt betaald of ontvangen. In beide gevallen is geen sprake van deelname aan het economische verkeer zoals bedoeld tijdens de parlementaire behandeling en zal dus geen vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.

De Belastingdienst stelt echter dat met de afvalstromen met een opbrengst wel wordt deelgenomen aan het economische verkeer. Indien alle activiteiten op het gebied van afval (inzameling huishoudelijk afval, afvalstromen met een opbrengst, bedrijfsafval) als één activiteit, namelijk de activiteit inzameling, moeten worden aangemerkt, wordt daarmee deelgenomen aan het economisch verkeer en zal er vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.

Eind 2017 zijn Deloitte en PwC betrokken geraakt bij de werkgroep van de NVRD en het overleg met de Belastingdienst met als doel om toe te werken naar een compromis. Daartoe hebben verschillende besprekingen plaatsgevonden tussen het Ministerie van Financiën, de Belastingdienst en de NVRD. De NVRD heeft haar uitleg van het begrip inzameling voorgelegd aan het Ministerie. Na heroverweging van hetgeen in de parlementaire behandeling is opgenomen is het Ministerie niet tot een andersluidende uitleg van het begrip ‘inzameling’ gekomen.

Vanuit het gezamenlijke belang te komen tot een eenduidige fiscale uitwerking voor de Wet Vpb, zijn de gesprekken tussen de NVRD en de Belastingdienst in 2018 voortgezet. Besloten werd de principiële discussie over het inzamelbegrip, waarin partijen elkaar niet konden vinden, te laten rusten en toe te werken naar een praktische oplossing voor de uitwerking van de Wet Vpb. Deze oplossing is inmiddels neergelegd in een branchekader.